De verteller in jezelf

Leren presenteren is op zoek gaan naar de verteller in jezelf. En geloof me, die verteller zit in iedereen. Of je nou van nature een prater bent of niet, de meeste mensen hebben weleens een moment dat ze op een verjaardag toch opeens de omstanders weten te vangen met een anekdote over een in het water gevallen vakantie of over één van de kinderen die toch zo iets grappigs deed.

Natuurlijk zijn er mensen die het lastig vinden die verteller tijdens een officiële presentatie naar voren te toveren. Soms is het even zoeken, maar eigenlijk lukt het altijd om díe kant naar voren te schuiven die de omstanders weet te boeien.

En wat mij betreft doe je dat niet door strenge regels te hanteren. Ik krijg hier mensen voor een training die door een andere presentatietrainer in het verleden streng werden toegesproken: ‘Nee, niet die hand in die zak en niet te veel met je handen praten en al helemaal niet met je armen over elkaar staan.’

Wat een onzin denk ik dan! Matthijs van Nieuwkerk staat iedere dag bij het begin van De Wereld Draait Door met zijn armen over elkaar en toch hoor ik nooit dat mensen hem gesloten of defensief vinden. Hij straalt verder namelijk zo veel openheid en nieuwsgierigheid uit dat hij die houding ongestraft kan hebben.

Toen ik zelf nog presenteerde had ik de neiging om tijdens interviews zeer meelevend te zijn, zo erg dat het soms een beetje te soft werd. Al snel merkte ik dat het mijn redding kon zijn om op sommige momenten juist met mijn armen over elkaar te zitten, er bleef meer dan genoeg meelevendheid over.

Persoonlijk geloof ik er ook niet in dat je met techniek alles kunt presenteren. Natuurlijk lukt het me om technisch een prima verhaal over astrofysica te houden. Ik zal de boodschap ook nog wel over kunnen brengen, maar echt meeslepend zal het naar alle waarschijnlijkheid niet worden, ik weet nou eenmaal niets van astrofysica en ben geen topacteur. Als ik een verhaal over astrofysica zou moeten houden, zou ik er voor kiezen om dat te doen vanuit de verwondering. Ik zou het publiek eerlijk opbiechten dat ik er geen enkel verstand van had, maar dat ik nu toch dingen had gehoord die mijn hart sneller deden kloppen. En dan, vanuit mijn eigen verwondering, de prachtige feiten opdienen. De kans dat ik de zaal dan meesleep is stukken groter dan wanneer ik had gedaan alsof ik persoonlijk wetenschappelijk onderzoek had gedaan op dat gebied.

Natuurlijk komt er bij het goed vertellen van een verhaal ook techniek kijken. De kans dat de zaal de boodschap oppikt is niet zo groot als je een verhaal vertelt in een razend tempo, zonder punten en met nauwelijks de kans om adem te halen. Feit is ook dat als je een half uur lang praat met je handen in je zakken of de zaal op geen enkel moment aankijkt dat het publiek dan een bepaalde indruk van je krijgt: ongeïnteresseerd of angstig. Ik probeer mensen bewust te maken van wat ze uitstralen en als dat precies is wat ze willen uitstralen, wordt het opeens een keuze om het wel of niet te doen. Als je merkt dat de boodschap beter overkomt als je de zaal wel aankijkt, zal je daar dus eerder voor kiezen.

Waar het eigenlijk op neer komt is dat presenteren geen exacte wetenschap is. Gelukkig niet. Dus als je weer eens zo’n lijstje voorbij ziet komen met de tien do’s en don’ts tijdens het presenteren, lees ze, maar pas ze alleen maar toe als ze ook echt bij je passen. Probeer liever te kijken naar de momenten waarop het al wel goed gaat (of zoek daar hulp bij) en bouw die momenten uit. Het is soms even zoeken naar waar de verteller in jou verborgen zit, maar als je die eenmaal gevonden hebt, is presenteren vooral leuk om te doen.

Getagd met , , , , , , , , , , , ,

Geef een reactie